Als je een duik in de Nederlandse geschiedenis wilt nemen, kom dan naar Werelderfgoed Schokland. De oudste bewoningsresten in de huidige Noordoostpolder zijn van mensen uit de steentijd die langs de oevers van de Vecht en de IJssel visten en jaagden, gevonden op het sindsdien drooggevallen eiland Schokland. In een iets recentere geschiedenis was dit voormalige eiland een dapper, maar kwetsbaar stukje land in de woeste Zuiderzee. Zo’n 12.000 jaar geleden woonden er al jager-verzamelaars, in de Middeleeuwen waren het vooral boeren die er vee hielden en graan verbouwden. Vanaf de 12e eeuw woonden de Schokkers op de zelfgemaakte terpen Zuidpunt, Zuidert, Middelbuurt en Emmeloord. Alleen op deze heuvels waren ze veilig voor de Zuiderzee, die meer en meer van het eiland opslokte.
Landbouw veranderde met het verstrijken van de eeuwen in visserij, scheepvaart en handel. In de 13e eeuw bood de luwe oostzijde van Schokland bij storm beschutting voor de koggen van de Hanzevloot en in de 17e eeuw voor VOC-schepen. De stad Amsterdam kocht in 1660 het noordelijke deel van Schokland aan. Dat heette toen nog Emmeloord en hoorde bij de streek Holland. Ens was het zuidelijke deel van het eiland en hoorde bij Overijssel. Pas in 1806 werden de twee delen samengevoegd onder de naam Schokland. In 1859 wint de Zuiderzee het dan eindelijk van de 635 Schokkers die nog op het eiland wonen. Ze moeten van de regering hun huis en haard verlaten om op het vasteland een nieuw bestaan op te bouwen.
Bezoek SchoklandEeuwenlang beheerste het water van de Zuiderzee het leven van de mensen in en rondom de huidige Noordoostpolder. Al in de 19e eeuw lagen er technisch en financieel haalbare plannen klaar om de kracht van de zee in te dammen en vervolgens delen van die zee in te polderen. De watersnoodramp van 1916 zorgde voor veel rampspoed en zette die plannen in een stroomversnelling. Op 14 juni 1918 was de Zuiderzeewet (Wet tot afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee) een feit. In 1932 was de Afsluitdijk, tussen Noord-Holland en Friesland, klaar, waarmee de woeste Zuiderzee overging in het veel rustigere IJsselmeer. Daarna kon de inpoldering van de Noordoostpolder, het eerste deel van Flevoland, beginnen.
Op 3 oktober 1939 gaven de burgemeesters Keijzer van Urk en Krijger van Lemsterland (Friesland) elkaar een hand op het enkele minuten daarvoor gesloten gat in de dijk. Daarmee was Urk niet langer een eiland. Drie jaar later werd het laatste gat in de 54 kilometer lange dijk rondom de Noordoostpolder gedicht, ten zuiden van het huidige Nagele. Op 9 september 1942 viel de Noordoostpolder officieel droog, met dank aan de drie gemalen die hiervoor 1.500 miljoen m3 water hebben weggepompt. Nu kon het ontginnen en de inrichting van het nieuwe land beginnen.
Wie zich na de drooglegging wilde vestigen in de vruchtbare Noordoostpolder, moest aan strenge eisen voldoen. Niemand kreeg zomaar een boerderij, huis of zelfs een baan. Alleen mensen die ‘het nieuwe land’ tot een succes konden maken, mochten hier neerstrijken. Nooit eerder bemoeide de Nederlandse overheid zich zo met de bevolking van een gebied. De kandidaten werden getoetst op leeftijd, huwelijkse staat, financiën en opleiding. Selectieambtenaren gingen vervolgens gewapend met beoordelingsformulieren langs bij de mensen die een nieuw leven wilden opbouwen in de Noordoostpolder. Ze namen een kijkje in de linnenkast van de vrouw des huizes, testten de agrarische vakkennis van de boer en evalueerden of men zich wel actief inzette voor de gemeenschap. Alles met maar één doel: snel en doeltreffend een ideale samenleving opbouwen. Alleen de boeren die na de Watersnoodramp hun bedrijf in Zeeland waren kwijtgeraakt, mochten zich zonder selectieprocedure in de Noordoostpolder vestigen.
Wil je meer weten over hoe een deel van de voormalige Zuiderzee tot zeer vruchtbare landbouwgrond werd omgetoverd? Bezoek dan eens een presentatie van 'Van Zuiderzee tot vruchbaar land' in Espel. Hier wordt aan de hand van ruim honderd foto's en twee korte video's het verhaal van de Noordoostpolder verteld.
Meer informatie